1998  Martha Dirkmaat-Planting   Noord Hollands Dagblad <<
n.a.v.  expositie galerie EXP.23  Edam

Verdonk in ban van schilderkundig onderzoek

Inspiratie haalde de Zaanse beeldend kunstenaar Peter Verdonk een paar jaar geleden nog uit een landschappelijk beeld: omgeploegde akkers. Zowel de structuur als de lijnvoering van de donkere velden rulle aarde boeiden hem.

Maar de expositie in galerie EXP.23 in Edam toont aan dat Verdonk meer en meer in de ban komt van het eigen schilderkunstig onderzoek. Vanaf de flat, viertien hoog, waar hij woont en werkt, kijkt Peter Verdonk uit op een Zaans natuurgebied. Of je vanaf die hoogte de voren in omgeploegde akkers kan zien is de vraag.
Zeker is wel dat de grote afstand van boven naar beneden het landschap voor het oog opdeelt in vlakken en lijnen. En vlak en lijn vormen al jaren Verdonks vertrekpunt bij het beeldend werken. Dat de ritmiek in het lijnenpatroon van omgeploegde akkers hem sterk trof, is in de Edamse expositieruimte te zien, in grote, donkere, bijna pikzwarte doeken.
In de verfhuid zijn op regelmatige afstand van elkaar lijnen gekerfd. Maar in het huidige werk maakt het handmatig kerven plaats voor meeschilderen en daarna wegtrekken van draden.
En in een enkel doek liet de beeldend kunstenaar het touw zelfs zitten. Verdonk staat als schilder te boek. Maar hij wisselt schilderen van royaal formaat en klein formaat doek af met schetsen (“nadenken met potlood”), en het maken van autonome tekeningen en grafiek.
De meeste olieverf- en alkydschilderijen op doek en de werken op canvas en hout die hij nu laat zien, zijn dit jaar gemaakt. Het grafiek - unica  waarin de drogenaald techniek wordt gecombineerd met houtskool en pigment - en tekeningen, een enkele combinatie met was, dateren uit 1996 en 1997. Zowel bij het schilderen als bij het werken in de drogenaald techniek zegt Verdonk het gevoel te hebben dat “hij een veld staat te bewerken”. Hij bedoelt daarmee de fysieke handeling: het schilderen van oppervlakten en het van kant tot kant lijnen trekken, en de lange tijd die zijn arbeid vergt. Het is niet ongebruikelijk dat hij aan een groot doek een jaar werkt.

Aan de presentatie in Edam is niet alleen te zien dat Peter Verdonk zichzelf nieuwe opdrachten stelt, maar ook dat met het maken van het ene schilderij de probleemstelling van het volgende doek zich al aandient. Dat negen van de tien werken Verdonks toets der kritiek niet kunnen doorstaan wordt deels afgedwongen door de onderzoekende manier van werken. Want wie met lijnen werkt, merkt dat lijnen kunnen ‘dwingen’. Dat ze niet alleen de diepte van de snee en de richting (verticaal/horizontaal) mee bepalen, maar ook de onderlinge afstand en het ritme. Zo kwam de schilder in zijn laatste schilderij, dat in kleur doet denken aan een mistig landschap, tot zijn eigen verbazing uit op een doek van ongelijkvormig, niet rechthoekig, formaat.

Ook blijken de door Verdonk gehanteerde criteria streng. Meedoen aan een tentoonstelling doen alleen die schilderijen die een ruimtelijke uitstraling combineren aan een uitgebalanceerde verhouding tussen spanning en stilte.
Martha Dirkmaat-Planting  1998

<<